standard-logo.png

Een tijdvak van staatsgrepen en burgeroorlogen kan echt realiteit worden

Publicisten en opiniemakers als Thierry Baudet, Wierd Duk en Arnold Karskens hebben gewaarschuwd voor burgeroorlogen in West-Europa, voor structurele ontwrichtingen en zelfs revoluties.

Destijds zijn zij verketterd en het opperen van dit vooruitzicht is hen zwaar aangerekend.

Niet alleen door het (extreem)linkse deel van het opinielandschap, maar vooral ook door hun mainstream collega’s.

Het probleem is echter, dat er nu in hoge kringen van de (internationale) politiek een vergelijkbare analyse en stemming rondwaart.

Dit is een duidelijk verschil met voorgaande jaren.

Nu spreek ik niet meer over opiniemakers en publicisten, maar over beleidsmakers – over signalen vanuit de machinekamer van de macht.

Ik kan niet uitweiden over wie dit heeft gezegd.

Wel kan ik vertellen wát er is gezegd:

ik kan de weg weergeven hoe men tot dit vooruitzicht komt.

Wat mij bovendien bekrachtigt in dit oordeel, is dat de signalen in verschillende landen gelijk op lopen.

Men kan niet om de conclusie heen.

Het begint ermee dat de gekozen volksvertegenwoordigers het ook niet meer weten.

Er worden coalitieafspraken gemaakt over het beperken van migratie, over zaken als gezinshereniging, naturalisering, toelatingsquota en het opvoeren van de druk op migratielanden om ongewenste personen terug te nemen.

Aan dit alles liggen ook demografische prognoses ten grondslag.

Vervolgens blijkt het in de praktijk onmogelijk om de gemaakte afspraken te handhaven.

Tijdens campagnes wordt er van alles geroepen.

Men begint in goede moed aan een regeringstermijn en maakt afspraken.

Maar steeds weer ontpoppen harde volksvertegenwoordigers zich tot softe, ingekapselde ambtenaren. Hierdoor doet men concessies op de harde beleidspunten over migratie.

Het argument dat “het te vaak voorkomt dat de kinderen uiteindelijk toch niet vertrekken”, gebruikt CDA’er Van Toorenburg om te pleiten voor meer naturalisaties

 

Gramscianen saboteren het uitzettingsbeleid: daarna wordt het falen van het uitzettingsbeleid door mainstream partijen aangevoerd als argument om dan maar niet meer uit te zetten.

Over culturele capitulatie gesproken!

Tegelijk kijkt men naar de toekomst, of er ook nog andere coalities en alternatieve machtsconstellaties mogelijk zijn, maar die kansen zijn erg klein.

In theorie kan men brainstormen over coalities met populistische partijen, maar omdat deze populistische partijen niet zijn vertegenwoordigd in de genoemde ketens achter de macht, wordt daar niets van verwacht.

 

Men voelt zich toch aangewezen op het samenwerken met andere mainstream partijen.

Waarbij die samenwerking met een aanzwellende weerzin gepaard gaat.

En dus laat men de harde punten op migratie vallen, tot grote interne onvrede, en probeert dan andere punten terug te krijgen die wel bereikbaar zouden zijn.

Men heeft niet alleen de coalitiepartners tegen, maar tegelijk een enorm netwerk dat zich uitstrekt van lobbyisten tot ambtenaren, van Europese rechters tot grote bedrijven en activistische NGO’s.

Dan volgen de onderliggende analyses.

 

Moslims in Europa zijn niet minder religieus geworden – integendeel.

Er zijn er dermate veel, dat zij niet meer hoeven te integreren om hun waren te kunnen slijten:

zij vormen een interne markt op zichzelf.

Ontwikkelingshulp kan hun migratie niet remmen.

Alleen al omdat de aller-armsten sowieso geen kans hebben om naar Europa te komen.

Wie in een modderhutje woont, droomt er niet van om naar Europa te komen:

dit is onbereikbaar voor zo iemand.

Alleen zij die aan het begin staan van een middenklasse bestaan, kunnen de duizenden euro’s ophoesten die nodig zijn voor onder meer de diensten van mensensmokkelaars en het omkopen van grenswachten.

De bevolking van Afrika explodeert en de economie kán niet tijdig meegroeien qua werkgelegenheid en arbeidsproductiviteit.

Dit betekent dat iedere cent die naar lokale economische ontwikkeling vloeit, leidt tot meer migratie naar Europa.

Alleen fysieke barrières kunnen de migratie afremmen.

Dit staat echter haaks op de utopie van het One-Worldism waarmee West-Europa is opgeleid, en op meerdere grote belangen die ik zo zal noemen.

Politici praten over ontwikkelingshulp als rem op migratie, maar beleidsmedewerkers weten dat dit een leugen is.

 

Ook kunnen landen niet langer met ontwikkelingshulp worden gechanteerd om minder migranten door te sturen: de remittances, geld dat de migranten terugzenden naar hun land van herkomst, is namelijk een veel hoger bedrag.

Zodoende heeft Trump voorgesteldom remittances te belasten, gekscherend een ‘Western Union tax’ genoemd.

Echter de lobby tegen dit plan is te sterk:

deze wordt gedragen door zowel activistisch links (advocatennetwerken) als door kapitalistisch rechts (het internationale bankwezen).

De interne verdeeldheid van regerende coalitiepartners leidt ondertussen tot een nóg minder effectief migratiebeleid.

Een minister geeft geld uit aan ontwikkelingshulp, terwijl een ander ministerieel departement nog zit met ongewenste illegalen, die het begunstigde land weigert terug te nemen.

Wie echter met een land als Turkije praat, krijgt een eis voor de kiezen die wordt verbonden aan totaal ongerelateerde zaken.

Zoals het recht van onderzoeksinstituten om actief te mogen zijn binnen de Turkse landsgrenzen.

Deze eenheid van beleid maakt een veel hardere opstelling mogelijk naar West-Europese landen dan omgekeerd.

Ambtenaren maken de rekening op.

Al deze zaken, waaronder felle debatten over de poreuze buitengrenzen van Europa, spelen al sinds Pim Fortuyn.

Maar het is duidelijk dat diens moordenaar Volkert heeft gewonnen.

De ingrijpende verandering van de West-Europese bevolkingssamenstelling is een demografisch feit. Ongeacht of je dit nu bevolkingsverandering, omvolking of volksvervanging noemt:

de cijfers wijzen uit dat waar Fortuyn voor waarschuwde, realiteit is.

Deze groepen hebben inmiddels ook eigen politieke clubs.

Ik bespaar u dan nog de wanhoopskreten van een academica die naar Europa is verhuisd vanuit een moslimland, en nu constateert dat de haar bevriende liberale politici, inmiddels actief worden belobbyd door de Moslimbroederschap.

Steeds meer politici begrijpen dat de aankomende verkiezingen niets zullen veranderen.

Het Europees Hof en de Europese Commissie denken immers één richting op:

de richting van het One-Worldism.

Al komen er sterke populistische flanken in het Europarlement, dan zal dit de ‘under siege’ mentaliteit van de gevestigde orde enkel versterken.

Hoe sterker het ‘populisme’ aanzwelt, hoe meer progressief Europa en de middenpartijen zich de underdog voelen en hoe meer ondemocratische machtsgrepen zij zich zullen veroorloven.

 

Het afschaffen van het raadgevend referendum was slechts een eerste stap.

Zij kortwieken de alternatieve media zodat de massa op de middenpartijen blijft stemmen, zoals in Zweden is gelukt.

Dichtgetimmerde regeerakkoorden houden vervolgens de oppositie buitenspel.

De mainstream media praten die machtsgrepen goed, terwijl alternatieve media worden weggezet als ‘complotmedia’.

De algoritmes zetten hen onderaan de lijsten van zoekmachine resultaten en ‘feeds’.

Populisten hebben dus de klok tegen zich – zowel qua moslimaanwas als qua de demografie van progressief gehersenspoelde millennials en wat betreft de toenemende mediacensuur:

met het oog op deze klok zullen zij op zeer korte termijn tot harde ingrijpende acties overgaan.

De progressieven zullen ondertussen nóg steviger pushen voor de eigen agenda omdat zij hun tegenstanders zien als inherent slechte mensen wiens visies je niet hoeft te respecteren.

De zin ‘blood in the streets’ is uitgesproken.

Tegengewicht zal uit de Ministerraad moeten komen.

Landen als Italië en Polen zullen enige realistische ministers leveren, maar tegenover elke realistische minister staan honderden Gramsicaanse ambtenaren.

Politici komen oververmoeid aan in hotels, krijgen wat notities voorgelegd van topambtenaren, dienen dit te accorderen en moeten dan zo snel mogelijk weer weg.

Binnen de beleidsketen worden die notities van tevoren meermaals herschreven zodat de controversiële punten verdwijnen.

Stafsectie-hoofden doen hun plasjes erover.

Gepolijste documenten blijven over waaruit politici niet kunnen aflezen wat er werkelijk leeft binnen de ambtelijke keten.

De bottom line is dat politici niet meer zien hoe het verder moet.

Ambtenaren die pijnpunten constateren, kunnen niets zeggen:

degenen die zich wel uitspraken zijn op een dood spoor gezet.

Hun loopbanen zijn gestrand en sommigen van hen wenden zich inmiddels tot politici als adviseurs, nu ze zelf zijn losgeraakt uit de ambtelijke keten.

 

Maar ze zijn moedeloos omdat ze weten dat de ‘invloed’ van hun politicus weer langs diezelfde vastgeroeste keten loopt.

Binnen de machinekamer van de macht is alles gericht op het versterken van de eigen nestgeur.

Het Gramsciaanse personeelsbeleid leidt tot het aannemen van meer Gramscianen.

Politici voelen zich hierdoor belemmerd maar kunnen niets doen:

zij hebben vier jaar om hun verkiezingsprogramma waar te maken en met uitputtend getouwtrek te verdedigen tegen de wensen van coalitiepartners.

Laat staan dat ze tussen de verkiezingen door het ambtenarenkorps zouden kunnen uitmesten.

 

De weg tot verandering van binnenuit is hopeloos en onbegaanbaar.

Gevaarlijke maatschappelijke ontwikkelingen dringen zodoende niet door.

Studenten en lager opgeleiden die worden voorbereid op banen die spoedig niet meer bestaan; migranten die hier aankomen met de wens om topvoetballer te worden maar die – als ze al een job vinden – in de praktijk genoegen zullen moeten nemen met magazijnwerk;

families die al generaties van uitkeringen leven.

Als onder het strovuur van de gele hesjes, deze zojuist benoemde groepen elkaar vinden en een diepere samenwerking aangaan, onder het mom: 

"nothing to lose and much to gain", dan ontstaat een langdurige bedreiging voor de maatschappelijke orde. De islam is hierbij nog een verbindende katalysator.

In de hoogste kringen valt bij gesprekken over deze zaken steeds vaker het woord ‘buitenparlementair’.

Er volgen uiteenzettingen van argumenten:

elke oplossingsrichting blijkt een doodlopende weg.

Er klinkt vermoeidheid in de stemmen en in de ogen straalt uitzichtloosheid.

Dus bij de mensen die in theoriede toekomst zouden bepalen van onze landen.

Ze analyseren, ze redeneren maar ze draaien in hun eigen analyses vast.

En uiteindelijk wordt toegegeven, weliswaar met enige tegenzin maar toch vanuit een helder realiteitsbesef, dat de hoop op een substantiële doorbraak ligt bij buitenparlementaire krachten.

Duffe moedeloosheid wordt tot stralende hoop wanneer die moedeloosheid omslaat in strijdbaarheid.

Onderaan de streep blijft staan dat onze liefde om een leefbaar Europa na te laten aan onze kinderen, groter en sterker is dan de perverse drift van onze vijanden om Europa te verzieken.